werken in de confectie
vergroot foto

Werken met twee rechterhanden in de confectie

Greet van Meerland - Bosch
Een jaar of zestien zal ik zijn geweest, toen ik mijn eerste baan kreeg! Dat was op de Keizersgracht bij de firma Haar die gevestigd was in het Huis met de Hoofden.( Volgens de overlevering heeft het dienstmeisje daar vroeger zeven hoofden van zeebonken met een groot mes van hun romp geslagen...
Wij vonden dat natuurlijk best eng)
Eerder had ik een opleiding gevolgd aan de Modevakschool en de Rotterdamse Snijschool, waar ik heel secuur leerde patronen te tekenen.
Mijn verdiensten: f 2,50 per week. Toen ik het loonzakje in handen kreeg, merkte ik dat ik veel minder kreeg dan de anderen, voor hetzelfde werk. Ik maakte immers al een 'heel stuk': een volledige japon, niet alleen een onderdeel. Dus ik protesteerde en verdiende na een paar weken al f 3,50 per week! Dat geld moest ik thuis afdragen. Maar als ik naar dansles ging kon ik wel een paar kousen van f 1,95 kopen.
Alles was nog handwerk, in die tijd: zomen met kruissteken, alle naden omslingeren, of zelf gespen maken. In december, als er niet veel werk was, mochten we van de resten allerlei beesten maken, knuffels zou je die nu noemen.
Vroeger gingen de mensen niet zo gauw weg bij een baas, als tegenwoordig.
Maar mijn mondje is altijd goed geweest en als ik weer meer wilde verdienen, zocht ik een ander atelier. Vader had me geleerd: je hebt twee rechterhanden en die neem je altijd mee!



Verhalen van Vroeger is een initiatief van Stichting Tijdgeest