Verhaal van de Indische kleuter Norma

Norma van Toll
Toen in 1942 vader Daniel naar Japan werd getransporteerd bleven moeder Constance en de vier kinderen achter in Tjepoe.Grootvader Lodewijk vond dit geen goed idee en heeft daarom Constance en de kinderen gevraagd om naar Ngawi te komen waar hij woonde.Ngawi is een klein dorpje in Midden Java waar van het oorlogsgeweld weinig te merken was.
Constance en de kinderen zijn dan ook tijdens de Japanse bezetting nooit in een kamp opgesloten geweest.Kleuter Norma heeft de Japanse overheersing ook niet als oorlogsgeweld aangevoeld. Wel heeft ze iets meegemaakt dat als ze nu dit verhaal op schrift stelt alle gevoelens van angst weer aanvoelt.
Tijdens een razzia in 1943 in Ngawi stonden een aantal Japanse militairen voor het huis van grootvader Lodewijk . Grootvader Lodewijk en twee ooms werden gevangen genomen.Tijdens al dit geweld zag kleuter Norma dat haar moeder Constance in een flits wegliep achtervolgd door Japanse militairen. Huilend rende ze achter de soldaten aan en smeekte de commandant haar moeder niet mee te nemen.
Want wie moest er anders voor de kinderen zorgen?
Snikkend en bevend heeft ze de commandant ervan kunnen overtuigen hoe groot haar angst en verdriet zouden zijn zonder moeder te moeten leven. De commandant keerde zich om en gaf zijn soldaten het bevel om moeder Constance met rust te laten. Dat gebeurde tot grote blijdschap van Norma.
Jaren later las Norma verhalen over Japanse soldaten die tijdens de oorlog medelijden en mededogen met kinderen
hebben gehad.
Verhalen van Vroeger is een initiatief van Stichting Tijdgeest