als verpleegster op hongertocht
vergroot foto

als verpleegster op hongertocht

janny weehuizen - bax
Mijn vader zat in de Tweede Wereldoorlog als gijzelaar in het kamp Haaren. Toen hij in 1944 sterk vermagerd thuis kwam, kreeg ik als jongste dochter het verzoek van mijn moeder om op zoek te gaan naar eten in de buurt van mijn verloofde, die als student ondergedoken zat bij een boer in Brummen.
In die tijd werkte ik als volontair bij het ziekenhuis in Dordrecht.
Daarom kon ik van de verpleging een costuum met een verpleegsterskap lenen. In die vermomming zou ik hopelijk gevrijwaard worden van het confisceren van de fiets!
Via mijn ouders en andere mensen had ik een lijst met adressen waar ik altijd welkom zou zijn.
De eerste dag haalde ik precies voor de Spertijd (20.00 uur) Zeist, waar ik aanbelde bij een relatie van mijn vader.
Daar werd ik bijzonder hartelijk ontvangen met maaltijd en logies. Ik sliep sinds lange tijd tussen heerlijk zachte lakens, omdat zij waarschijnlijk nog over echte zeep beschikten.
Ook het ontbijt vond ik toen verrukkelijk!
Hartelijk uitgezwaaid ging ik de volgende morgen op stap, richting Brummen. Een ongewisse dag tegemoet.
Halverwege werd ik aangehouden door een 'landwacht'; dat was een foute Nederlander...die mijn fiets in beslag wilde nemen. Door hevig te smeken: "Ik moet naar een patient en ik heb haast" kon ik gelukkig doorfietsen, maar niet veel verder begaf mijn achterband het (de banden waren al lang in gebruik en half verteerd). In Scherpenzeel vond ik een fietsenmaker die houten banden kon monteren.
Verdergaande kwam ik in Arnhem terecht waar zich je reinste Hitchcock voltrok: kapotte tanks op de weg, verlaten huizen met wapperende gordijnen voor de kapotte ramen.
Het was september 1944.
Ook deze keer kwam ik net voor Spertijd Brummen binnen. Op die boerderij werd ik eveneens hartelijk ontvangen en ik sliep in een eigen kamer. De boer beloofde mij tarwe en boter om mee te nemen. Dat kostte me dan helemaal geen geld.
Hij raadde me aan met de tarwe naar een molenaar te gaan. want meel zou minder zwaar zijn om te vervoeren.
Zo gezegd, zo gedaan: maar.....thuisgekomen bleek de schoft mij boekweitmeel gegeven te hebben, waar we geen brood en zo van konden bakken. Dit ondekt hebbende dacht ik :
"Na de oorlog neem ik nog eens wraak op die man!"




Verhalen van Vroeger is een initiatief van Stichting Tijdgeest