Garage
Kantoor
Woonhuis
Heiligenbeeld in nis
Raaijmakers Houthandel in Helmond
vergroot foto

Raaijmakers Houthandel in Helmond

Ted Raaymakers
Dit is de zaak met aan de overkant daarvan het woonhuis. De zaak besloeg een zeer groot terrein. Achter het terrein was een brede, diepe sloot. In die sloot lagen bomen; die moesten ongeveer een jaar in het water blijven liggen zodat het hout uitgewerkt was. Wij speelden daar wel; we liepen over die dikke boomstammen heen.
Er waren aparte loodsen: voor opslag van hout in alle soorten en maten. En er was ook een zagerij en een schaverij. In die loodsen waren rails en de loodsen stonden onderling in verbinding met rails. OP die rails reden karretjes om het hout te vervoeren naar de werkplaatsen. Ik herinner me dat in de schaverij bergen houtkrullen lagen, waar wij ons vanaf een hoog punt in lieten vallen. Alleen op zondag kregen wij die gelegenheid, en we deden dat ook stiekum.
Het was ondertussen een familiebedrijf geworden, waarvan mijn vader de directeur was. Hij stuurde naar kleine aannemers nooit een rekening omdat ze arm waren. Ze hebben dat wel gewaardeerd, want bij de begrafenis van mijn vader waren de grootste en mooiste rouwkransen van die kleine aannemers. Hij was pas 63.
Het woonhuis was erg groot, en dat was maar goed ook, want mijn ouders kregen 12 kinderen. Bovendien hadden we personeel, ook intern. In de oorlog werd het huis gevorderd door het leger als hoofdkwartier; eerst door de Duitsers en naderhand de gelsen. Mijn vader had in de tuin een heel grote schuilkelder laten bouwen, waar de hele buurt in kon tijdens bombardementen. De Duitsers gaven de opdracht dat we binnen 24 uur het huis ontruimd moesten hebben. OOk de vrachtwagens, auto's en radio's moesten ingeleverd worden. Mijn vader heeft het voor elkaar gekregen om al dat materiaal onklaar te maken. Geen enkele auto reed meer, de banden werden kapot gesneden. De radio's gooide hij van de trap zodat die kapot waren. Wij zijn geevacueerd naar vrienden die ook een groot huis hadden. Dat was de familie Van Tiel; later is hij minister geworden, van de KVP. Na de oorlog bleek het hele huis uitgewoond te zijn en alle ramen waren kapot. Iedere nacht werd er gebombardeerd, en omdat ons huis hoofdkwartier was, was het doelwit. Gelukkig is er geen voltreffer op ons huis terecht gekomen. Mijn moeder was daarvoor zo dankbaar, dat ze een erker aan de straatkant van het huis liet maken met daarin Maria met het kindje Jezus. Dit was om God te danken dat hij het huis gespaard had. Daardoor werd het huis vaak aangezien als klooster. Nu is het huis een heel duur restaurant geworden; onder de honderd kan men er niet eten.
Verhalen van Vroeger is een initiatief van Stichting Tijdgeest