Tesselaar, Jan
Kruidenierswinkel
vergroot foto

Kruidenierswinkel

Ton Tesselaar
De filosofie van mijn vader was: "alles wat je hebt moet zichtbaar zijn". Zo groeide de winkel langzamerhand dicht. Er werden ook lijntjes gespannen waar produkten aan hingen. Op het laatst, in 1975, hadden mijn ouders 3000 verschillende artikelen te koop, waarvan ze alle prijzen uit het hoofd wisten. Elke avond moest je de producten weer bijvullen uit de voorraadkelder. Daarna de kas opmaken, en om half negen eindigde dan pas de werkdag, die om acht uur al begon als de winkel open ging. Alleen op dinsdagmiddag waren alle kruideniers verplicht gesloten. Dan haalde mijn vader dikwijls op de fiets vergeten artikelen op bij de grossier, Kohler.
Vaak kwamen er dan toch klanten aanbellen voor een vergeten boodschap. Zo waren er ook vaste "avondklanten" en zelfs "zondagsklanten", die door de week hun boodschappen elders deden. Maar ja, we hadden het niet breed en alle extra inkomsten waren welkom. Dit ondanks de 70-urige werkweek, waarbij bovendien ook mijn moeder in de winkel stond. Dus samen kwamen ze wel aan 100 uur per week voor een minimumloon.
Vanwege de angst voor klantenverlies en inkomstenderving namen mijn ouders slechts drie "verplichte" vakantiedagen per jaar op. We fietsten dan meestal naar het Amsterdamse Bos om te picknicken.
Verhalen van Vroeger is een initiatief van Stichting Tijdgeest