Van der Laan, Herman
Van der Laan, Martha
Van der Laan, Bram
Paviljoenschip
vergroot foto

Paviljoenschip

Mevr. van der Laan
Ik ontmoette mijn man Herman op dansen; die dansschool heette de Jong. Na een poosje heb ik hem gevraagd, wat hij eigenlijk voor de kost deed.
Zijn antwoord luidde tot mijn verbazing: "Ik ben schipper!"
Zijn vader was overleden en zijn moeder moest met zestien kinderen door.
De meeste van die kinderen woonden niet meer aan boord bij hun moeder en Herman was degene die op de schippersschool had gezeten en de boekhouding deed.
Ik kwam voor het eerst bij mijn schoonmoeder op bezoek en in mijn ogen was het aan boord heel klein, net een poppenkamer. Er was veel koper dat mij toeblonk. Daar waren ze erg trots op.
Om te slapen gebruikte men 'kooien', een soort bedsteden. Voor baby's werd in de kooi van de ouders een soort ruifje gemaakt!
Water kwam uit de pomp, die in verbinding stond met een watertank. Emmers deden dienst als w. c.'s. Verlichting ging met petroleumlampen.
De boot werd voortgedreven door de wind of door het trekken van de mannen zelf. Ook werd er 'geboomd': met een stok voortduwen van het schip.
Er was geen stuurwiel, maar een helmstok. De boot vervoerde turf, aardappels suikerbieten enzovoorts.
Wij gingen naar dorpen rond Amsterdam zoals Vinkeveen. Dat was een dag lopen met die schuit achter je aan.
De vrachten werden verdeeld bij de schippersbeurs bij de Beurs in Amsterdam.
Verhalen van Vroeger is een initiatief van Stichting Tijdgeest