Antonia op de fiets
vergroot foto

Op de fiets van dagdienst naar avonddienst

Antonia Klerkx-Serrano
Ik kom uit Andalusië, uit een dorp in de provincie Almería. Begin jaren ’60 was daar nauwelijks werk, mijn vader was ziek en mijn oudste broer besloot in het buitenland te gaan werken. Uiteindelijk kwam hij bij Picus houtindustrie in Eindhoven terecht. Via via hoorde hij dat de familie Van Doorne van de DAF een meisje in betrekking zocht. Dat leek hem iets voor mij en op koninginnedag 1964 arriveerde ik in Nederland. Ik was pas 19 jaar, werd in dat huis van die familie geplant en zag niemand meer. Ik sprak de taal niet en als ik de telefoon aan moest nemen, wist ik me geen raad.
Na een poosje heb ik ander werk en een kamer gezocht. Woonruimte vond ik in de Heilige Geeststraat, waar de muizen door mijn kamer renden. Werk vond ik in een textielfabriek, maar die ging na een paar maanden failliet. In november 1964 ben ik via pater Jaime Driessen bij Philips terechtgekomen. Overdag stond ik aan de lopende band bij Philipscomplex Glaslaan en ’s avonds werkte ik van zes tot negen bij Philips Nederland aan de Boschdijk. Dat was te ver om te lopen, dus moest ik fietsen leren. Dat ging letterlijk met vallen en opstaan, maar ik moest wel.
Ik was broodmager in die tijd, want ik at heel slecht. Koken kon ik niet op mijn kamer en ik moest me altijd haasten om op tijd op de Boschdijk te zijn, dus nam ik in de kantine van Philips maar gauw een kroketje of slaatje en dan snel de fiets op om nog drie uurtjes te gaan werken. Vaak voelde ik me ook letterlijk ziek van heimwee. Mensen vroegen me soms: “Waarom doe je jezelf dit aan?” Dan antwoordde ik: “Voor mijn ouders, mijn vader is ziek en ik wil helpen.” Elke maand ging er dertig gulden van mijn salaris naar mijn ouders en ik wilde ook een mooi bedrag bij elkaar sparen om mee terug te nemen naar Spanje.
Verhalen van Vroeger is een initiatief van Stichting Tijdgeest